Z’n hand reikt naar het rode knopje. ‘Nood knop’ Lees ik. M’n hartslag versnelt en mijn ogen glijden over z’n hele lichaam. Een lichtblauwe jeans hangt losjes op z’n heupen en geven maar weinig weg van z’n kont. De rode houthakkers blouse siert zijn strakke bovenlichaam en wat nonchalante lokken hangen warrig rond z’n hoofd. Met z’n bruine ogen staart hij richting de rij met knopjes. ‘Waar moet jij heen?’ Ik kijk op. ‘Uh, begane grond,’ stamel ik.

‘Gaat het?’

Ik houd me vast aan de reling langs de zilver gekleurde wand. De reling is koud, maar al snel zorgen mijn klamme handen voor een nattig plekje op de zilveren stang. Ik krijg het ineens heel warm en doe voorzichtig het bovenste knoopje van m’n bloesje open.
‘Gaat het?’ Vraagt hij met een zware stem en z’n ogen dwalen af naar mijn net geopende bovenste knoopje.
Ik kijk hem aan en haal diep adem.
‘Prima,’

Een melodie van een lied dat ik niet ken

Plots legt hij z’n hand op m’n schouder en speelt met z’n vingers een melodie. Een melodie van een lied dat ik niet ken. Ik probeer het te herkennen, het ritme te herinneren, maar het lukt niet. Ik verbeeld me hoe z’n vingers hun weg vervolgen richting mijn bovenste knoopje. Z’n vingers draaien rondjes om het tweede knoopje en spelen met de stof van m’n bloesje. Ik krijg het warmer en verlang naar z’n vingers. Ik verlang naar hoe z’n vingers ook m’n tweede knoopje open krullen, voorzichtig open maken of liever nog; open scheuren.

Ik krijg het weer warm en word zwaar in mijn benen. Ik grijp naar de reling en houd de zilveren stang met m’n klamme hand vast.
‘Gaat het wel?’ Hij kijkt me bezorgd aan en wrijft met z’n duim langs m’n sleutelbeen.
‘Iets lager,’ fluister ik.
Net iets te hard, want braaf volgt hij mijn bevel op. Z’n hand vindt zijn weg richting de bolling van m’n borst en wrijft heen en weer. Dan stopt hij met de beweging. Ik kijk op en kijk hem met een vragende blik aan. Ik bijt op m’n lip.

Het besef daalt in

Het liefst ruk ik zijn shirt van z’n lijf. Ik wil z’n lichaam voelen, ieder haartje op z’n borst aanraken en hem zijn spieren laten samen trekken. Ik wil z’n ogen laten rollen en z’n handen voelen over m’n lichaam. Overal over mijn lichaam, niet alleen daar onder m’n sleutelbeen. Ik kijk hem aan en probeer z’n blik te vangen, maar hij lijkt niet aanwezig. Z’n handen glijden voorzichtig naar m’n derde knoopje. Hij krult de stof soepel om het knoopje heen en de stof springt los.
Ik schrik, m’n zwart kanten, niet al te verhullende, bh’tje is voorzichtig zichtbaar en ik kijk omhoog. Zijn mondhoeken krullen omhoog en hij tovert een ondeugende glimlach op z’n gezicht. Mijn lichaam wordt warm, m’n benen worden week en in m’n broekje ontstaat een vochtige ophoping. Het besef daalt in. Nu gaat het gebeuren. Nu gaat het eindelijk gebeuren. Het moment waar ik sinds het eerste jaar al stiekem van droom. Dat moment. Ik heb het me al duizenden keren ingebeeld.

Alsof er niets gebeurd is

Hij grijpt m’n bloesje steeds steviger vast. Z’n vingers vergrijpen zich gulzig aan de laatste, nog vaste, knoopjes, maar doen geen moeite. Hij scheurt m’n bloesje open en daar is mijn zwarte bh’tje volledig zichtbaar. Ik gooi m’n hoofd naar achter en laat z’n handen over m’n lichaam glijden.
Z’n hand raakt het knopje van de 3e verdieping.
‘Hoe gaat het met de afronding van de studie?’
Met een compleet verwarde blik, een warm gevoel van binnen en een nattige bedoeling in m’n broekje kijk ik op.
‘Goed hoor,’
Op de derde verdieping stapt hij uit, de deuren gaan dicht.
Ademhalen. Eerst ademhalen. Ik kijk in de spiegel en veeg m’n zwarte haren van m’n bezweette gezicht, ik veeg wat uitgesmeerde mascara onder m’n ogen weg en trek m’n bloesje recht.
Alsof er niets gebeurd is.

onder-de-lakens-femfem